Volksverhuizing in Noordwijkerhout

Ludo Vahle 30-5-2017 11:15
Categorieën: Columns


Vanachter twee dikke brillenglazen aanschouwt ze de wereld. Sinds ze uit een van de zeven toeringbussen is gereden voelt ze een aangename voorzomerse wind op haar huid. Stevig houdt ze haar versleten bruine leren handtas omklemd. Alsof ze niet in een pittoresk dorp in Zuid-Holland is neergestreken, maar in een van de ruigere wijken van Amsterdam. Een kleine vrouw van ver in de tachtig die in haar rolstoel zowel een aanwezige als een dromerige indruk maakt.

Al zeventig jaar is ze niet meer in het zogenaamde Hart van de Bollenstreek geweest. Ze lijkt iets te herkennen in het Witte Kerkje, het karakteristieke bakstenen gemeentehuis met de trapgevel, in de jaren twintig ontworpen door architect Alexander Kropholler. De statige paviljoens van de Sint Bavo, het gesticht voor krankzinnigen. We zijn in Noordwijkerhout, de geboorteplaats van haar vader. 

Het is een drukte van belang om haar heen. Minstens vijftig andere tachtig- en negentigplussers en een groep van begeleiders, stagiaires en horecamedewerkers. En dan wij nog, de kantoormensen met twee linkerhanden. Bewonderend sla ik het verzorgend personeel gade, hoe zij de logistieke rompslomp te lijf gaan. Allemaal onderdeel van een dagje naar het strand voor kwetsbare ouderen dat wij mede hebben helpen organiseren.

De oude dame met de bruinleren tas blijft vanuit haar rolstoel in de verte staren. Terwijl zij eventjes alleen wordt gelaten vindt er een ware volksverhuizing plaats tussen de bussen en de uitspanning waar wij de lunch gaan gebruiken. De zeewind zwelt aan. Rollators raken zoek, deurposten blijken te smal en, uiteraard, er ontstaat een lange rij voor de toiletten. Het mag de pret niet drukken.

Eenmaal aan de dis komt de stemming er echt in. De tongen komen los en tal van komische situaties doen zich voor. Een kranige medewerker van ons bedrijf chaperonneert als een echte gentleman een paar dames naar het café en kan als dank rekenen op enthousiaste zoenen en omarmingen.

Een oudere meneer met een nog altijd imposante bos met haar vraagt een andere collega ten dans. Beleefd slaat zij de invitatie af. De man geeft geen krimp en neemt met zichtbaar genoegen een hap van zijn kroket. Het is een dolle boel met als terugkomend element: de oprechtheid waarmee men met elkaar omgaat. Prachtig om te zien.

In een hoekje zit de dame met de tas. Ze was ergens door gegrepen, maar lijkt niet meer te weten door wat. Zeventig jaar, wat zijn ze voorbij gevlogen.

Ludo Vahle
Op persoonlijke titel geschreven

Reageer